Wij zijn te voet naar het warenhuis gegaan. (Brandon)
We hebben appels, wortelen gewogen en gekocht. (Nassim)
Ik heb Fatima geholpen met groenten te kopen. Het was leuk en ik mocht haar helpen aan de weegschaal en de prijs zeggen. (Moussa)
We kochten groenten en fruit: prei, wortels, ajuinen,appelen,... We weegden en keken naar de prijs. We hebben het in een kar gelegd. Dan hebben we het betaald aan de kassa. We zin terug naar school gegaan. (Gianni)
Ik heb zelf de zak druiven aan de kassa gezet en betaald. Ik vond het leuk:
vooral het zelf kopen. (Fahrettin)
We hebben naar de prijzen gekeken. We hebben fruit en groenten gewogen en gekocht. Dan zijn we naar school gegaan.(Jamal)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten